Solutions Elementary oefenen

2e editie · 1e klas Havo / Vwo · Engels

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Vragen in de past simple

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Maak een correcte vragende zin in de past simple.

1. Susanna watched her brother lose.
2. Your parents were incredibly happy together.
3. He loved his grandchildren like they were his own.

 

Uitwerking

1. Dud Susanna watch her brother lose?
2. Were your parents incredibly happy together?
3. Did he love his grandchildren like they were his own?

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Je kent inmiddels de past simple, de meest simpele vorm van verleden tijd in het Engels. Je kunt ook een vraag stellen in de past simple. Om een vragende zin in de past simple te stellen, gebruik je vaak een hulpwerkwoord.

Hoe dit precies werkt leggen we je uit in dit onderwerp.

Methode

Om een vragende zin in de past simple te maken, gebruik je vaak een hulpwerkwoord. Meestal is dat did / didn't gevolgd door het hele werkwoord zonder to.

Vragen = did + onderwerp + hele werkwoord

- My father played tennis last Saturday.
- Heeft mijn vader afgelopen zaterdag getennist?
- Did my father play tennis last Saturday?

- They lived on an island.
- Hebben zij op een eiland geleefd?
- Did they live on an island?

- We finished the assignment in time.
- Hebben we de opdracht op tijd afgerond?
- Did we finish the assignment in time?

- He bought her a necklace.
- Heeft hij een halsketting voor haar gekocht?
- Did he buy her a necklace?

- We saw him at the cinema.
- Hebben wij hem in de bioscoop gezien?
- Did we see him at the cinema?

 

LET OP: verleden tijd van het werkwoord to be (was, were)

Was en were krijgen in vragen in de past simple deze hulpwerkwoorden niet. In vragen komen was en were vooraan de zin te staan.

Vragen = was/were + onderwerp

- He was a great dancer.
- Was hij een uitmuntende danser?
- Was he a great dancer?

- They were happy with their presents.
- Waren zij blij met hun cadeaus?
- Were they happy with their presents?

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden