Solutions Intermediate oefenen

2e editie · 3e klas Havo / Vwo · Engels

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Aangeplakte vragen (question tags)

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Voeg de correcte aangeplakte vraag toe aan de zin.

1. Jochem is playing the finals tomorrow, ......
2. Bart loves his brother Jochem, ......
3. Henk shouldn't tell his sons that he is leaving to New York City, ......

 

Uitwerking

1. Jochem is playing the finals tomorrow, isn't he?
2. Bart loves his brother Jochem, doesn't he?
3. Henk shouldn't tell his sons that he is leaving to New York City, should he?

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Aangeplakte vragen gebruik je om bevestiging te vragen. Je kent het ook wel in het Nederlands, denk maar aan: We gaan morgenochtend al weg, toch? Heb je zin om daarheen te gaan, of niet? Jij bent daar nooit geweest, of wel?

In het Engels worden aangeplakte vragen (question tags) ook gebruikt. Hoe dat precies werkt leggen we je uit in dit onderwerp.

Methode

Aangeplakte vragen gebruik je om bevestiging te vragen. Bij een aangeplakte vraag in het Engels wordt het onderwerp en het werkwoord herhaald. Oftewel om wie het gaat en waarover.

Als de zin bevestigend is, is de aangeplakte vraag ontkennend:

  • His friend is nice, isn't he?
  • These castles are really old, aren't they?

Na een zin met "I am" gebruik je in de aangeplakte vraag "aren't I".

  • I am clever, aren't I?

Als de zin ontkennend is, is de aangeplakte vraag bevestigend:

  • They can't help us, can they?
  • He isn't here right now, is he?

Als er in de zin een vorm staat van to be (am / are / is) of een hulpwerkwoord (zoals have / can / should / may / will), herhaal je die vorm in de aangeplakte vraag:

  • The holiday is fantastic, isn't it?
  • They have been playing all day, haven't they?
  • They should take some time off, shouldn't they?
  • They would like to win, wouldn't they?

In alle andere gevallen gebruik je de "dummy-do":

  • They never talk about money, do they?
  • She loves him, doesn't she?
  • John moved to Italy, didn't he?

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden